| Henk van Lingen |
Een gerechtvaardigde oorlog?maart 1991Na de Tweede Wereldoorlog zijn er over de hele wereld minstens 150 gewapende conflicten geweest. Daarbij zijn zeker twintig miljoen mensen gedood en ontvluchtten ruim twaalf miljoen mensen hun land uit angst voor het geweld. Oorlog heeft meestal een verschrikkelijke prijs. Toch hebben de Verenigde Naties toegestemd in een oorlog tegen Saddam Hoessein. Is dat te rechtvaardigen? Om dit te beoordelen moeten de volgende vragen gesteld worden:
MensenrechtenHet morele fundament van de Verenigde Naties wordt gevormd door de rechten van de mens en niet door de rechten van staten of regeringen. Er ligt weinig rechtvaardigheid in het herstel van de regering van Koeweit. De familie van de Emir regeert als een achttiende eeuwse verlicht despoot. Wanneer we de oorlog willen rechtvaardigen, moeten we kijken naar de elementaire rechten van de bevolking van Koeweit. Deze werden de afgelopen maanden geschonden door het Irakese leger. Er was sprake van moord, verkrachting, foltering en plundering. Het steenrijke Koeweit heeft alles verloren. De Centrale Bank was voor Irak de belangrijkste en dus eerste prooi. Voor miljoenen guldens aan contanten geld en goudstukken werden hier de eerste dagen van de bezetting ontvreemd en overgebracht naar Bagdad. Duizenden Koeweiti's moesten hun auto afstaan onder lijfelijke dwang. Couveuses werden uit ziekenhuizen gehaald en naar Bagdad gebracht. Iraakse soldaten trokken gewoon de stekker uit het stopcontact waardoor volgens Amnesty International zeker driehonderd babies om het leven zijn gekomen. 1 Van de in totaal 700.000 inwoners van Koeweit zijn er 300.000 in het bezette land achtergebleven; veelal omdat ze geen geld hadden om te vluchten. Naar schatting 2.000 Koeweiti's zouden vermoord zijn en 10.000 gegijzeld en door de Irakezen bij stategische doelen opgesteld.
Dit zijn enkele van de feiten die al voor 17 januari bekend
waren, en dus geen gevolgen van een westerse ingreep. De
Verenigde Naties achten het zich een plicht om de integriteit
te herstellen van volkeren die aan gewelddadige agressie bloot
worden gesteld. Het zal duidelijk zijn dat deze omschrijving
van toepassing is op de situatie in Koeweit.
Heeft het embargo genoeg tijd gehad?De tweede vraag die gesteld moest worden luidde: `Is een oorlog het laatste middel?' Het antwoord op de vraag of het embargo genoeg tijd heeft gehad, is achteraf uiteraard moeilijk te controleren. Het is een tekortkoming van de Verenigde Naties geweest dat ze niet duidelijk hebben aangegeven hoe en wanneer sancties succesvol zijn. De bewijslast is daardoor komen te liggen bij diegenen die pleitten voor verder uitstel. Dit neemt niet weg dat er sterke argumenten zijn om te beweren dat verder uitstel van militair ingrijpen niets op zou leveren. Het is een feit dat Saddam Hoessein nergens voor terug deinst. Hij treft burgerdoelen in een land (Israël) dat buiten het door hem begonnen conflict staat, met als doel aan de ene kant het uiteen spelen van de tegen hem gerichte coalitie, en aan de andere kant het beeld te vestigen van de Arabische volksleider die ten strijde trekt tegen de Zionistische vijand. Hij schrikt niet terug voor milieuterrorisme. Hij laat vele liters olie de Golf in stromen en steekt vele olievelden in brand. Hij heeft een deel van z'n bevolking uitgeroeid met chemische wapens. Het is zeer de vraag of iemand die zulke dingen doet, zwicht voor een embargo. Sommigen denken dat een embargo de slagkracht van Saddam en zijn leger had kunnen breken. Hij had de hem resterende tijd echter ook kunnen gebruiken om zijn nucleaire capaciteit uit te bouwen, en wie durft te beweren dat iemand die chemische wapens inzet tegen zijn eigen bevolking geen nucleaire wapens inzet tegen zijn buurlanden? Het is duidelijk dat Saddam's machtsaspiraties verder reiken dan de inlijving van Koeweit als negentiende provincie, zeker gezien het militaire arsenaal van Irak.
Sommigen beweren dat de snelle
opbouw van een groot geallieerd leger een diplomatieke oplossing
in de weg stond. Dit is erg twijfelachtig; er was in elk
geval een legermacht nodig om verdere agressie (bijv. tegenover
Saoedi Arabië) te voorkomen. Er is tot op het laatste
moment ruimte geweest voor een diplomatieke oplossing, maar
vanuit Bagdad kwam geen enkel teken in te willen gaan op
initiatieven van bijv. James Baker, Willy Brandt en Perez de
Quellar. Het is overigens zo dat Saddam de oorlog is begonnen
door op 2 augustus Koeweit binnen te vallen. Hem is een
termijn gegeven om de strijd te beëindigen. Toen de coalitie
het vuur opende was dat niet het begin van de oorlog, maar het
begin van de fase van de zelfverdediging en de bevrijding van
Koeweit.
Kwaad met kwaad vergeldenDe derde vraag luidde: `Welke is het minst der kwaden?' Om de oorlog te kunnen rechtvaardigen, is het noodzakelijk om ook naar de gevolgen ervan te kijken. De inschatting van de gevolgen is een ingewikkelde zaak omdat ze moeilijk te voorspellen zijn. Ten eerste is het aantal slachtoffers moeilijk te voorspellen, vooral een landoorlog kan er vele eisen. Men moet van te voren rekening houden men chemische aanvallen op geallieerde troepen en op Israël. Welk aantal doden is nog aanvaardbaar? Ook de ecologische gevolgen moeten overdacht worden. Weegt een bevrijd Koeweit op tegen een brandend Koeweit? Wat zijn de politieke gevolgen van een oorlog? Schaadt het de veiligheid niet wanneer het fundamentalisme een enorme groei ondervindt dankzij de oorlog? En niet te vergeten: wie draagt de economische lasten van een oorlog? De arme landen? Al deze vragen moeten overdacht worden wanneer men tot een genuanceerd antwoord wil komen op de vraag welke het minst der twee kwaden is.
Het is onjuist om te beweren dat oorlog niets
oplost. Oorlog lost soms wel iets op, het brengt echter geen
vrede. Daarvoor zijn recht en rechtvaardigheid nodig. Soms is
oorlog nodig om vredesvoorwaarden te scheppen, de vrede
bewerkstelligen kan hij echter niet. Oorlog blijft afschuwelijk,
een keus tussen twee kwaden. Dat betekent echter niet
dat beide keuzes foute keuzes zijn. Integendeel, de ene keus
is de goede keus, de andere de foute. Men doet degene, die de
goede keus maakt, onrecht door hem/haar met het kwaad van
zijn/haar keus te vereenzelvigen.
Oprechte motieven?Als laatste moet men zich afvragen wat de eigenlijke motieven voor het voeren van deze oorlog zijn. Gaat het om het herstel van het recht of gaat het om economisch gewin en oliebelangen? Het belang van zuivere intenties ligt in de beperking van het geweld. Iemand die handelt uit overwegingen van rechtvaardigheid, zal stoppen wanneer rechtvaardigheid dat eist. President Bush kondigde aan dat hij zou stoppen op het eerste teken dat Saddam Hoessein zich uit Koeweit terug wilde trekken, om zo het aantal slachtoffers zoveel mogelijk te beperken. Het is moeilijk te controleren of hij werkelijk zo snel mogelijk een staakt het vuren heeft gegeven. Men zou hier een vraagteken bij kunnen zetten. Wel is duidelijk geworden dat het niet in zijn bedoeling lag het regime van Saddam Hoessein uit Bagdad te verdrijven. Er wordt door sommige activisten op gewezen dat het handhaven van rechtvaardigheid selectief gebeurt en dat er in de geschiedenis vele onrechtvaardigheden door de vingers zijn gezien. Dat is inderdaad waar. Hier zijn echter wel enkele kanttekeningen bij te zetten. Ten tijde van de koude oorlog werden veel zuidelijke landen vanuit Oost en West tegen elkaar uitgespeeld. Per saldo werden zij daar altijd slechter van. Als ze er iets bij wonnen, dan ging die winst naar de machthebbers, niet naar de bevolking. Machthebbers kregen wapens of geld wanneer zij zich maar voegden in de politieke opstelling van hetzij de Sovjet Unie, hetzij de Verenigde Staten. Als er in de zuidelijke landen conflicten waren, werden die gedempt door de Oost/West tegenstelling. Vanaf 1950 zijn er tientallen interventies van Oost en West geweest. Soms economische, soms militaire zoals in Vietnam, Libanon, de Dominicaanse Republiek, Grenada, Panama, Afghanistan en Angola. Deze en andere interventies bewijzen dat de koude oorlog naar het Zuiden werd verplaatst. De derde wereld besefte dat men voorzichtig moest zijn met het op de spits drijven van conflicten, omdat men het risico liep gemanipuleerd te worden.
Door het wegvallen van de koude
oorlog springen de altijd al sluimerende conflicten in het
oog. Conflicten worden niet meer gedempt door de vrees voor
een ingrijpen van de Verenigde Staten of de Sovjet Unie. Er is
een rem weggevallen.
Dit geldt ook voor de Verenigde Naties. Het handelend optreden
van de Verenigde Naties werd vaak belemmerd door de starre
Oost/West verhouding. Dankzij de veranderde politieke
verhoudingen kunnen de Verenigde Naties nu werk maken van hun
principes. Er zijn sinds 2 augustus nota bene twaalf resoluties
tegen Irak aangenomen. Dat is nog niet eerder vertoond.
Het is verheugend dat de Verenigde Naties de agressie van
Saddam Hoessein aan wilden pakken. Dat had eigenlijk al moeten
gebeuren toen de oorlog Irak-Iran begon. Dat dat niet gebeurt
is, is een kwalijke zaak. Het in het verleden niet ingrijpen bij
onrechtvaardige praktijken betekent niet dat het verwerpelijk is dat
nu wel te doen. Het is toch verheugend dat er voor het eerst
in de geschiedenis op een feitelijke wijze ernst gemaakt wordt
met de uitvoering van het beginsel van een wereldrechtsorde.
Hoe nu verder?Nu de Verenigde Naties de mogelijkheid hebben om, met de steun van Oost en West, de schending van de mensenrechten aan te pakken, zullen zij in de toekomst moeten voorkomen dat er selectief gehandeld wordt. De Veiligheidsraad moet geloofwaardig worden in de hele wereld, dus ook in het Zuiden. Dat betekent ook dat oude resoluties (waaronder resolutie 242 ten aanzien van de bezette gebieden in Israël) alsnog nagekomen moeten worden. Besluiten van de Veiligheidsraad moeten in heel de wereld als rechtvaardig en bindend worden beschouwd. De Verenigde Naties zullen serieus om moeten gaan met de oorzaken van conflicten en ook op moeten treden tegen interventies, gepleegd door leden van de Veiligheidsraad. Mocht het in de toekomst onverhoopt nog eens noodzakelijk zijn om militair in te grijpen, dan moet dit duidelijk onder het commando van de Verenigde Naties gebeuren. Het mag dus niet meer zomaar uitbesteed worden aan een land, zoals nu het geval was. Hiernaast zal duidelijk zijn dat het Westen in de toekomst niet meer blindelings allerlei wapens mag verkopen, alleen maar uit winstbejag of omdat het afnemende land mooi als `militaire buffer' kan dienen. Zoals eerder betoogd zal rechtvaardigheid in een militair conflict zijn prijs hebben. Wanneer we die prijs niet wensen te betalen dan betekent dat dat elke agressieve diktator ongestraft zijn gang kan gaan. Als we het serieus nemen met de mensenrechten, dan zullen we die prijs moeten betalen. Dit moet een zeer belangrijke, zo niet doorslaggevende, overweging zijn bij de vraag: `Is de oorlog gerechtvaardigd, ja of nee?'. Deze prijs bestaat echter niet alleen uit het leveren van een militaire inspanning. In het geval van de golfoorlog zullen wij ook moeten helpen bij het ongedaan maken van de olievervuiling. We moeten er zijn voor de nabestaanden van de slachtoffers. We moeten de schulden kwijtschelden van landen die door de oplopende olierekeningen hun toch al bedroevende economie helemaal door het ijs zien zakken. Het is zeer afkeurenswaardig dat Amerika zijn financiële steun aan Jemen tot een tiende heeft teruggebracht omdat Jemen tegen de resoluties van de Veiligheidsraad stemde. Dit leidt niet tot de erkenning van de rechtvaardigheid van de Verenigde Naties in de zuidelijke landen. Dit artikel verscheen in 1991 in De Vakidioot. |
| henk@vanlingen.net | $Id: golfoorlog.php,v 1.2 2004/03/11 17:03:32 henk Exp $ |